zaterdag 30 oktober 2010

Boodschapje

Oeps, een ingrediënt vergeten. Even eruit voor een laatste boodschap. Mijn oudste zoon, die autistisch is, gaat mee. Hij vraagt of we naar zijn favoriete supermarkt gaan, die met de helikopter (vernoemd naar het kinderbeweegapparaat waar 50 eurocent in kan voor een minuut of wat bewegen). De helikopter dateert uit zijn vroegste herinneringen en staat er al lang niet meer. Inmiddels zijn we al minstens 3 apparaten verder. Behalve een geheugen als een olifant, heeft mijn oudste ook een fascinatie voor geluiden, waar hij zelf een woord aan geeft. Zo zegt het knipperlicht van de auto "ka-teng ka-teng" en de hobbels bij de brug over de ringvaart "kwè kwè" als je er met de auto overheen rijdt. De supermarkt met de helikopter heeft een koeling die een afwijkend geluid maakt ten opzichte van de andere koelingen. "Mama, gaan we naar de koeler die "haaa" zegt?"


We kiezen voor de bakfiets in plaats van de benenwagen. Zelf fietsen kan meneer met zijn vijfeneenhalf jaar nog niet. Trappen op een driewieler heeft hij pas onlangs geleerd, maar hij doet het met de grootst mogelijke tegenzin en alleen in ruil voor een beloning. We komen aanrijden bij de supermarkt en op dat moment voorzie ik problemen. De supermarkt is verbouwd en ik ben vergeten hem te waarschuwen. Tijdens het uitstappen en onderweg naar binnen praat ik hem bliksemsnel bij dat de supermarkt is veranderd en dat de koeler die "haaa" zegt, misschien ergens anders staat. De ingang binnen is verplaatst en ik kan maar ternauwernood voorkomen dat hij meteen tussen de kassa's door naar binnen schiet. Ik grijp zijn capuchon en leid hem mee naar de nieuwe ingang. Gelukkig staan daar wel de kleine kinderwinkelwagentjes waar hij zo graag mee rijdt. "Mamaaaa, mag ik een muntje!", luid en enigszins ongeduldig. "Ja, schat, ik pak een muntje…" Snel graai ik een muntje tevoorschijn. Meneer gaat er met het karretje met een noodgang vandoor op zoek naar de koeler. Ik pak snel de paddestoelen die ik nodig had uit het schap en draaf achter hem aan. Inmiddels is hij aangekomen bij de eerste koelingen. "Mama, waar is de koeler die "haaa" zegt?" "Ik weet het niet, schat, laten we verderop gaan kijken, misschien staat 'ie daar." We gaan langzaam de hele winkel door langs alle koelingen. Het arme kereltje wordt steeds wanhopiger. Als we langs de laatste koeling zijn gelopen en nog steeds de “haaa"-koeler niet hebben gevonden, staan we bij de kassa's. Luid en doordringend en hoorbaar door de halve supermarkt : "Maaamaaaaa, waar is de koeler die "haaa" zegt!" "Hij is er niet meer. Wat jammer dat hij is weggehaald!", probeer ik tegen beter weten in. Een ijselijke en wanhopige gil volgt. De gil lijkt eindeloos. Alle wachtende hoofden in de rijen draaien zich onze kant op. Ik zie mensen hoofdschudden, zich verbazen en wegkijken. Ik troost mijn zoon zo goed mogelijk, maar dat kan niet voorkomen dat er nog een paar gillen volgen. 

Tenslotte krijg ik hem in beweging naar een rij bij een kassa. Ondertussen wissel ik nog snel van rij als ik zie dat er een mannelijke caissier zit. Dat is ook zoiets waar mijn zoon de grootste moeite mee heeft. Gelukkig heeft hij het niet in de gaten. Eenmaal in de rij kan ik hem afleiden door hem te vragen de boodschap voor me op de band te leggen. Dat doet hij keurig netjes, waarna hij aanstalten maakt om ongeduldig met zijn karretje tegen de mevrouw voor ons in de rij te gaan duwen. "Ik wil bij de knoppen!" "Ja, lieverd, dat mag. Even wachten tot die mevrouw voor ons weg is." En dan komt mijn reddende engel van vandaag. Ondanks al het lawaai en misbaar dat mijn zoon laat zien, vraagt ze hem net zolang tot hij het hoort, of hij haar boodschappen ook op de band wil leggen. Zodra de vraag tot hem doordringt, reageert hij enthousiast en legt met een beetje begeleiding ook haar boodschappen op de band. Ondertussen heb ik afgerekend en de paddestoelen in mijn tas gestopt. "Mag ik de bon? Waar is de booooonnn!" Het volume neemt alweer toe. Ik ben vergeten om de bon aan te nemen, terwijl ik weet dat hij die wil aanpakken. De caissière, die ons een beetje kent en van zijn autisme weet, begint snel naar een rondslingerende bon te zoeken om zijn nood te lenigen. En weer schiet de mevrouw achter ons in de rij als een reddende engel te hulp. Ze tovert buiten zijn zicht een bon uit haar portemonnee en geeft deze aan mijn zoon. Hij reageert tevreden, wordt meteen rustig en gaat verder naar zijn volgende doel: Met het winkelwagentje over de tegels met ribbels rijden die buiten langs de parkeerplaats liggen. Zoveel begrip en vriendelijkheid is voor mij teveel. Ik zeg “dankuwel" en probeer mijn opkomende tranen te onderdrukken. 

Lieve mevrouw met de paarse wollen jas en het donkere haar. Bedankt voor het begrijpen van de wanhoop van dit kind en bedankt voor het ondersteunen van deze kwetsbare moeder. Ik wou dat er zoals u veel meer mensen op deze wereld rondliepen.