Het is heerlijk weer buiten. De jongste, die al weken wacht tot het warm genoeg is om buiten met de waterbaan te spelen, ziet zijn kans schoon. Ik ben mild gestemd en sta hem toe om zonder water met het ding te spelen. Het kind is dolgelukkig en schuift, zittend in het zonnetje, een half uur lang blij het bootje door de droge baan heen. Dan komt de oudste thuis.
"Zit B. niet wat te kijken?!"
"Nee, B. speelt buiten in de tuin."
"Is B. niet buiten in de tuin?!"
Zucht. Het is ook nooit goed. De oudste wil ook naar buiten en na zijn stroopwafel en limonade, gaan we samen naar buiten. Ik vind het spannend. Ik kan me goed de klagende buurman van vorig jaar herinneren: "Hij gilt zo hard, ik kan niet eens meer buiten zitten!" Tja, wat doe je dan. Ik kan moeilijk het kereltje de hele zomer binnen houden. Ik doe echt heel erg mijn best om de kinderen zo te sturen dat de geluidsoverlast beperkt blijft, maar het is vaker niet dan wel te doen, alle coaching en instructie van centrum autisme ten spijt.
De oudste speelt eerst een paar minuten in de zandbak. Gelukkig, ze kiezen verschillende plekken om te spelen. Dan besluit hij dat het tijd is om ook met de waterbaan te gaan spelen. Dat leidt meteen tot een luidkeels uitgevochten conflict. Er is namelijk maar één bootje, één autootje en één hijskraan. Bovendien kan het bootje behalve rechtsom, ook linksom geduwd worden en dat is de oudste een doorn in het oog. Ik probeer even om taken rondom het bootje verdelen, maar dat maakt het niet makkelijker. Werkt niet, andere tactiek. Ik spreek af dat de jongste nog tien minuten alleen met de baan mag, waarna de oudste hem weer tien minuten mag aflossen. De jongste gaat akkoord en de oudste blijft luidkeels commentaar geven op wat er allemaal niet goed gespeeld wordt. Hij laat zich niet ombuigen naar zandbak, glijbaan, of wat dan ook in de tuin. Dan maar naar binnen. Dat geeft de jongste rust en dan is de waterbaan uit zicht voor de oudste. Meestal zet ik dan gewoon de een of andere speelactiviteit met hem in en is hij na een paar minuten zijn fixatie op het voorgaande kwijt. Zo niet deze keer. Hij blijft schreeuwen, huilen en roepen dat hij naar buiten wil. Met pijn en moeite maak ik de tien minuten binnen vol.
Eindelijk is het tijd om naar buiten te gaan en zijn beurt om met de waterbaan te spelen. De jongste neem ik mee naar binnen voor zijn stroopwafel en limonade. Hij is erg verdrietig dat de tien minuten al om zijn. De oudste begint ondertussen buiten te schreeuwen dat hij samen met B. met de waterbaan wil spelen. Ik vraag me af hoe hij dat voor zich ziet. Een klein kwartier daarvoor waren ze samen buiten en mocht B. niets van hem.
P. doet de tuindeur open: "Mama, ik wil binnen met de miniloco spelen." Zojuist binnen dreef mijn voorstel om ermee te spelen hem tot felle protesten en vocht hij voor waterbaan en buiten spelen, en nu hoeft het ineens niet meer. Snel schakel ik naar B.: "P. is klaar, nu kan jij weer lekker met de waterbaan." "Ik wil ook binnenspelen.", antwoord de kleine. Goed, allebei naar binnen. Een moment ben ik bang dat het buitenspeelscenario van buiten zich binnen gaat voortzetten. Dat blijkt wonderwel niet het geval. De oudste pakt de miniloco, de jongste gaat zoetjes punten slijpen. En nu, een half uur later, zitten ze samen onder een dekentje op de bank Sesamstraat te kijken. Wat een wondere wereld.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten