Gisteravond was het zover. P. is naar bed gegaan zonder luierbroek aan. Zowel mijn man als ik hadden de indruk dat hij het eigenlijk wel zou moeten kunnen, 's nachts droog blijven en zelf naar het toilet gaan. Tot nu toe was zijn luierbroek 's ochtends altijd nat en soms zelfs 's avonds al. Ongeveer een jaar geleden hebben we een paar dagen geprobeerd om hem (voor de zekerheid met luierbroek aan) 's avonds op het toilet te laten plassen. Zijn luier zat elke keer vol en in de ochtend opnieuw. Het leek onbegonnen werk.
Het kereltje heeft ons vannacht verrast. Hoewel hij in woorden protesteerde, keek hij toch wel trots, toen ik hem zei dat hij geen luierbroek aan zou krijgen. Ik heb met hem doorgesproken dat hij zelf naar het toilet mag gaan, als hij voelt dat er een plas komt en afgesproken dat we hem in de avond nog even wekken voor een bezoek aan het toilet.
Om elf uur sloop ik zijn kamer binnen, benieuwd naar de staat van bed en pyama. Helemaal droog! Hij werd wakker en ging onder protest ("Nee, ik voel geen plas.") mee naar het toilet. Inderdaad geen plas.
In de ochtend hoorde ik zijn voetjes de trap af lopen. Hij komt vaak als hij wakker wordt even bij ons kijken en gaat daarna terug naar zijn bed tot zijn lampje aangaat. Zo niet vanochtend. De voetjes liepen door richting badkamer, de bril werd omhoog gedaan en even later werd er doorgetrokken en werden er handjes gewassen. Daarna liepen de voetjes terug naar boven om halverwege de trap toch om te keren om bij ons naar binnen te kijken. De deur ging heel even een kiertje open en voordat ik hem de hemel in kon prijzen, was hij alweer vertrokken naar zijn kamer.
Tien minuten later ging zijn lampje aan en kwam hij weer naar beneden. Hij was heel trots en straalde toen we hem knuffelden en zeiden hoe knap het was.
"Maar vanavond wil ik weer met een luierbroek slapen."
zondag 22 mei 2011
vrijdag 20 mei 2011
Tellen
P. houdt van cijfers en van tellen, eigenlijk al zijn hele leven.
Het begon met een puzzel met de cijfers nul tot en met negen. Tegen zijn tweede verjaardag was dit een van zijn favoriete puzzels. Hij kende de verschillende cijfers bij naam en kon eindeloos bezig zijn met steeds weer deze puzzel maken. Puzzelen bleek hij sowieso heel goed te kunnen.
Toen hij net drie was, kon hij twee-cijferige nummers op bussen herkennen en benoemen. Dan stond mijn man op zaterdag met hem bij de haringkar in hartje Leiden en riep P.:"Kijk, dat is bus 51. Kijk, dat is bus 28, die rijdt naar ons huis." Elke bus werd met evenveel enthousiasme benoemd. Het stel trok altijd veel bekijks. Een vader met twee kinderen in een bakfiets (B. was net een jaar en ging ook mee), alledrie dol op haring, waarvan het oudste kind ondertussen al die bussen benoemde. Menig toerist heeft een kiekje van ze gemaakt.
Leeftijden vindt hij prachtig. Hij weet van iedereen hoe oud hij of zij is en kan heel blij worden van het opnoemen van mensen en hun leeftijd. "Want Mama, jij bent negenendertig en Papa is achtenveertig en Ilse van de Zingende Zaag was ook negendertig en die is nu veertig.."
Momenteel is een van zijn favoriete bezigheden het spelen van mens-erger-je-niet met Oma. Zodra Oma binnen komt, begint hij te vragen of ze het spel mee heeft en of ze het nu meteen met hem wil doen. Opa mag ook meespelen, mits hij de -in P.'s ogen- juiste kleur pionnetjes kiest. P. is op geheel eigen wijze met het spel bezig. Hij speelt nooit vals en let goed op wie er aan de beurt is. Hij ziet in een oogopslag hoeveel ogen er zijn gegooid en maakt nooit een fout met tellen van het aantal stapjes. Hij is blij met elke zes die er gegooid wordt en altijd blij als er iemand wint. Dat zo'n spel ook "verliezers" kent, is hem nog niet opgevallen. Niet zelden speelt hij bij een spel door totdat de andere spelers "ook hebben gewonnen".
Omdat het met het lesjes volgen en werkjes doen op de daghulp maar niet wilde vlotten, heeft onze gezinsbegeleider voorgesteld om met twee dobbelstenen mens-erger-je-niet te gaan spelen. Na aanvankelijk protest (autisten zijn nou eenmaal niet dol op verandering) stemde hij hierin toe en bleek de twee getallen op de dobbelstenen uitstekend te kunnen optellen. Hij kon het eigenlijk meteen.
Sinds gisteren heeft Oma er met hem nog een flinke schep bovenop gedaan. Er is een derde, anderskleurige, dobbelsteen bij gekomen. Het ogenaantal van de derde dobbelsteen moet worden afgetrokken van het totaal van de twee andere stenen. Uiteraard heeft hij eerst twee weken geprotesteerd tegen deze nieuwe spelopzet, maar gisteren ging hij akkoord en bleek het een groot succes. Hij vond het duidelijk spannend, kreeg blosjes op zijn wangen en rode oren, maar had er erg veel plezier in. Bij elk goed antwoord wordt hij natuurlijk de hemel in geprezen. Het werd even spannend toen we bij een negatief getal uitkwamen.
Nu moet je weten dat P. bij Opa en Oma in het appartementencomplex altijd graag met de lift gaat en dat er een niveau -1 is, waar de parkeergarage zich bevindt. Elk bezoek aan zijn grootouders wordt afgesloten met over de trap helemaal naar boven lopen tot de vijfde verdieping en daarna met de lift weer naar beneden. P. telt hierbij hardop zowel de trappen naar boven, als de verdiepingen naar beneden. Het allerspannendste vindt hij het om met Oma via de parkeergarage naar het (verder identieke) gebouw naast dat van Opa en Oma te gaan en daar de trappen te lopen de lift te nemen. De lift maakt daar overigens een wat ander geluid. Ik hoor er niets aan, maar voor P. is het zo klaar als een klontje.
Terug naar het mens-erger-je-niet spelen. P. gooide totaal vijf en moest daar zes van aftrekken. Hij keek vragend opzij naar Oma.
P.: "Vijf en zes eraf... Hoeveel is dat, Oma?"
Oma: "Dat is net als bij de lift. Na de nul komt -1."
P. heel erg blij: "Ja, Oma, daar is de parkeergarage! Hoeveel stapjes moet ik dan lopen?"
Oma: "Een stapje achteruit."
P.: "Ja! Een stapje achteruit!"
Ook de uitkomst -2 kwam in het zelfde spel langs. Hij moest een fractie langer nadenken voor hij antwoord gaf en zette met zijn gebruikelijke enthousiasme het pionnetje twee stapjes achteruit.
Wat kan hij toch veel als je de juiste ingang bij hem weet te vinden. Oma heeft dit heel goed met hem gedaan.
Het begon met een puzzel met de cijfers nul tot en met negen. Tegen zijn tweede verjaardag was dit een van zijn favoriete puzzels. Hij kende de verschillende cijfers bij naam en kon eindeloos bezig zijn met steeds weer deze puzzel maken. Puzzelen bleek hij sowieso heel goed te kunnen.
Toen hij net drie was, kon hij twee-cijferige nummers op bussen herkennen en benoemen. Dan stond mijn man op zaterdag met hem bij de haringkar in hartje Leiden en riep P.:"Kijk, dat is bus 51. Kijk, dat is bus 28, die rijdt naar ons huis." Elke bus werd met evenveel enthousiasme benoemd. Het stel trok altijd veel bekijks. Een vader met twee kinderen in een bakfiets (B. was net een jaar en ging ook mee), alledrie dol op haring, waarvan het oudste kind ondertussen al die bussen benoemde. Menig toerist heeft een kiekje van ze gemaakt.
Leeftijden vindt hij prachtig. Hij weet van iedereen hoe oud hij of zij is en kan heel blij worden van het opnoemen van mensen en hun leeftijd. "Want Mama, jij bent negenendertig en Papa is achtenveertig en Ilse van de Zingende Zaag was ook negendertig en die is nu veertig.."
Momenteel is een van zijn favoriete bezigheden het spelen van mens-erger-je-niet met Oma. Zodra Oma binnen komt, begint hij te vragen of ze het spel mee heeft en of ze het nu meteen met hem wil doen. Opa mag ook meespelen, mits hij de -in P.'s ogen- juiste kleur pionnetjes kiest. P. is op geheel eigen wijze met het spel bezig. Hij speelt nooit vals en let goed op wie er aan de beurt is. Hij ziet in een oogopslag hoeveel ogen er zijn gegooid en maakt nooit een fout met tellen van het aantal stapjes. Hij is blij met elke zes die er gegooid wordt en altijd blij als er iemand wint. Dat zo'n spel ook "verliezers" kent, is hem nog niet opgevallen. Niet zelden speelt hij bij een spel door totdat de andere spelers "ook hebben gewonnen".
Omdat het met het lesjes volgen en werkjes doen op de daghulp maar niet wilde vlotten, heeft onze gezinsbegeleider voorgesteld om met twee dobbelstenen mens-erger-je-niet te gaan spelen. Na aanvankelijk protest (autisten zijn nou eenmaal niet dol op verandering) stemde hij hierin toe en bleek de twee getallen op de dobbelstenen uitstekend te kunnen optellen. Hij kon het eigenlijk meteen.
Sinds gisteren heeft Oma er met hem nog een flinke schep bovenop gedaan. Er is een derde, anderskleurige, dobbelsteen bij gekomen. Het ogenaantal van de derde dobbelsteen moet worden afgetrokken van het totaal van de twee andere stenen. Uiteraard heeft hij eerst twee weken geprotesteerd tegen deze nieuwe spelopzet, maar gisteren ging hij akkoord en bleek het een groot succes. Hij vond het duidelijk spannend, kreeg blosjes op zijn wangen en rode oren, maar had er erg veel plezier in. Bij elk goed antwoord wordt hij natuurlijk de hemel in geprezen. Het werd even spannend toen we bij een negatief getal uitkwamen.
Nu moet je weten dat P. bij Opa en Oma in het appartementencomplex altijd graag met de lift gaat en dat er een niveau -1 is, waar de parkeergarage zich bevindt. Elk bezoek aan zijn grootouders wordt afgesloten met over de trap helemaal naar boven lopen tot de vijfde verdieping en daarna met de lift weer naar beneden. P. telt hierbij hardop zowel de trappen naar boven, als de verdiepingen naar beneden. Het allerspannendste vindt hij het om met Oma via de parkeergarage naar het (verder identieke) gebouw naast dat van Opa en Oma te gaan en daar de trappen te lopen de lift te nemen. De lift maakt daar overigens een wat ander geluid. Ik hoor er niets aan, maar voor P. is het zo klaar als een klontje.
Terug naar het mens-erger-je-niet spelen. P. gooide totaal vijf en moest daar zes van aftrekken. Hij keek vragend opzij naar Oma.
P.: "Vijf en zes eraf... Hoeveel is dat, Oma?"
Oma: "Dat is net als bij de lift. Na de nul komt -1."
P. heel erg blij: "Ja, Oma, daar is de parkeergarage! Hoeveel stapjes moet ik dan lopen?"
Oma: "Een stapje achteruit."
P.: "Ja! Een stapje achteruit!"
Ook de uitkomst -2 kwam in het zelfde spel langs. Hij moest een fractie langer nadenken voor hij antwoord gaf en zette met zijn gebruikelijke enthousiasme het pionnetje twee stapjes achteruit.
Wat kan hij toch veel als je de juiste ingang bij hem weet te vinden. Oma heeft dit heel goed met hem gedaan.
Abonneren op:
Posts (Atom)