Enkele weken geleden moest P. poliklinisch een ingreep ondergaan. Een bezoek aan het ziekenhuis met hem verloopt vaak apart. Meestal is het ziekenhuisbezoek of de aanleiding daartoe niet zozeer een probleem. Dat pakt hij over het algemeen buitengewoon goed op. Maar er blijken altijd zaken te zijn die voor hem wel een groot probleem vormen.
Bij het bezoek aan de poli urologie een maand of drie geleden, deed zich hetzelfde patroon voor. Ik had hem goed voorbereid. Hij wist dat de dokter naar zijn piemeltje zou kijken en hij wist hoe laat we aan de beurt waren. Ik zorg er in dit soort situaties voor dat we er vooral niet te vroeg zijn. Wachttijd is met hem lastig te overbruggen. Helaas bleken de consulten vóór ons te zijn uitgelopen en moest er toch nog gewacht worden.
P. was aanvankelijk rustig op de grond aan het liggen en aan het spelen, maar werd beetje bij beetje ongeduldiger. Bij elke persoon die door de deur in de wachtkamer naar binnen kwam, vroeg hij op luide toon: "Is dat de dokter?" Aanvankelijk leidde dit nog tot hilariteit bij de andere wachtenden, maar P. werd steeds ongeduldiger, wilde heen en weer rennen en begon aan dingen te rammelen.
De baliemedewerkster van de poli kwam klagen. Of het niet zachter kon, want er zaten ook een hoop senioren te wachten en die hadden er last van. Ik benoemde zijn autisme en zei dat het niet zachter kon.
P. liet een paar (in mijn oren nog milde) schreeuwen horen.
baliemedewerkster: "Kan het zachter! Mensen hebben er last van!"
ik: "Nee, ik krijg hem niet zachter. Hij is autistisch."
baliemedewerkster: "Maar u kunt er toch wat van zeggen?"
ik: "Dat heb ik al eindeloos geprobeerd, maar het helpt niet."
baliemedewerkster: "Dan zeg ik er wat van."
ik: "Dat is goed. Als hij naar u luistert, neem ik u mee naar huis."
Ze droop af.
Gelukkig waren we vrij snel daarna aan de beurt. Na de wachtkamer was ik niet helemaal gerust op wat hij in de spreekkamer zou doen. Geheel onterecht, want P. stond in de meewerkstand. Terwijl ik nog aan het kennismaken was met de uroloog, had P. zijn broek en onderbroek al laten zakken en schuifelde met zijn blote piemeltje op de dokter af. Ik had tenslotte verteld dat de dokter ernaar zou kijken. De dokter zag hem komen, staakte het gesprek, trok handschoenen aan en ging meteen maar kijken. Nabespreken wat er te zien was, was in de ogen van mijn oudste niet nodig, dus nu drong hij aan op vertrek. "Een operatieve ingreep was nodig, alstublieft een recept voor de pijnstillers, wachttijd enkele maanden, poliklinisch, nee, er zijn geen eenpersoonskamers, ja, als eerste op die dag kan wel." En door naar het inloop-spreekuur anesthesie.
Gelukkig was daar een piepkleine loopfiets aanwezig, waarmee hij heen en weer reed over de gang, terwijl ik met de deur open in overleg was met de anesthesist. Na afloop zijn P. en ik samen gezellig alle trappen op naar de zesde verdieping gelopen en met de lift naar beneden gegaan. De volgende keer dat we in het ziekenhuis zijn, wil P. weer alle trappen op lopen. Hij verheugt zich er al op.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten