zaterdag 20 juli 2013

Euromast

P. is al sinds zijn jongste jaren dol op "naar boven en naar beneden lopen". Toen hij nog maar net kon lopen stonden we al regelmatig bij kleine hellinkjes en moest er even op en neer gelopen worden. Later, toen hij ook goed kon traplopen, kwam daar een fascinatie voor traplopen bij. Een bezoek aan Oma en Opa wordt steevast afgesloten met het lopen naar de zesde verdieping van het appartementencomplex. Daarna met de lift naar beneden. Alleen lopen vindt hij maar saai. Als het even kan moet er iemand mee. Oma blijft goed in conditie. Hoewel hij naast een liefde voor trappen ook een liefde voor getallen en tellen heeft, werden de traptreden lange tijd niet geteld. Pas de laatste maanden is hij gestart met treden tellen.

Van elke toren die we tegen komen, wil hij weten hoe hoog deze is en of je erop of erin kan. Op vakantie en bij uitstapjes komen er steevast een aantal uitkijktorens langs in het programma. Zo is er de uitkijktoren bij het station van Nunspeet die bijna dagelijks wordt bezocht als we op vakantie in Vierhouten zijn. Er is de 33 meter hoge uitkijktoren nabij Stahle in Duitsland, waar we op familiebezoek gaan. Deze houten toren, in een mooi bossig wandelgebied kon P. bijzonder bekoren. Terwijl wij beneden op een bankje zaten is hij de toren (!) tien maal op en af gelopen. Hij doet dit in een soort drafje en pas halverwege de achtste keer minderde hij vaart en ging rustiger lopen. Uiteindelijk wordt hij dus toch wel moe.

Ongeveer een jaar geleden zijn we met P. naar de Euromast in Rotterdam geweest. Hij vond de toren prachtig, maar de teleurstelling was groot toen bleek dat je als bezoeker alleen met de lift naar boven mag en niet over de trap. Nadat hij zijn eerste verdriet overwonnen had, is hij met veel enthousiasme vier keer achter elkaar de mast op en af geweest. Gelukkig zijn er vanaf het restaurant op 96 meter hoogte nog een paar treden buitenom om bij de kleine lift en vervolgens bij de euroscoop te komen.

Bij ons tweede bezoek aan de Euromast viel mijn oog op een aankondiging van een trappenloopwedstrijd. Een maal per kwartaal worden de trappen van de Euromast opengesteld en mag je als deelnemer aan de wedstrijd naar boven lopen. 589 treden, een kleine honderd meter. Voor P. die onvermoeibaar lijkt en dol is op trappen, zou dit echt een feest zijn. In overleg met de mensen van de Euromast hebben we P. en vader aangemeld en als laatste op de deelnemerslijst geplaatst. P. wil dan wel graag traplopen, wedstrijden vindt hij niks. Op 30 december vorig jaar was het zover: P. mocht over de trap in de Euromast naar boven. Bij aankomst in Rotterdam bleek helaas dat de tijd die we hadden doorgekregen niet goed was ingeschat en dat de wedstrijd al voorbij was. Groot verdriet. Gelukkig was het aanwezige coördinerende personeelslid zo vriendelijk om het trappenhuis te openen en samen met P. en vader naar boven te lopen. P. straalde. Boven aangekomen riep hij: "Ik wil nog een keer". Dat kon helaas niet.

Een kwartaal later bij de volgende wedstrijd was het mijn beurt om met P. naar boven te lopen. Inmiddels was hij gestart met de treden van alle trappen die hij tegenkwam tellen en dus wilde hij ook de Euromast gaan tellen. P. begon met lopen en telde hardop elke tree. In het begin kon hij daarbij nog redelijk vlot doorlopen, maar als je bij de tweehonderdachtentwintig komt, dan wordt de mondmotoriek een remmende factor. Dat het lopen rustig ging vond ik alles behalve erg, dan kon ik nog een beetje op adem blijven tijdens het lopen. Toen we de finish in zicht hadden en P. ergens in de vierhonderd aan het tellen was, riep de dame met de stopwatch argeloos: "Kom maar, je bent er bijna!" P. viel stil: "Waarom zeg je dat? Jij moet niet zeggen dat ik er bijna ben." Stilte. "Waar was ik nou gebleven met tellen?" NEE, dacht ik. Straks is hij de tel kwijt geraakt en wil hij opnieuw van beneden naar boven lopen... "Vierhonderdtweeëndertig. Was ik daar gebleven, mama? Vierhonderdtweeëndertig?" Ik was eigenlijk zo moe en bezig om mijzelf boven te krijgen, dat ik niet goed had gevolgd waar hij was gebleven met tellen. "Ja, daar was je gebleven, bij vierhonderdtweeëndertig." Gerustgesteld werd het lopen en tellen hervat. Bij de finish van de wedstrijd aangekomen besteedde P. geen moment aandacht aan de dame met stopwatch, die hem prees. Hij wilde meteen door naar buiten, de overige traptreden lopen en tellen. Je loopt tenslotte de Euromast op, is het niet?

In juni heeft P. wederom de trappen gelopen en nogmaals geteld. Maar er blijft een raadsel. De Euromast spreekt zelf over 589 treden, maar vanaf de stoep tot de euroscoop is P. nooit verder gekomen dan 554 of 555 treden, afhankelijk van of je het platform van de kleine lift vanaf de ene kant (3 treden) of vanaf de andere kant (4 treden) telt. Waar die resterende 34 treden zijn? Niemand hier die het weet.

1 opmerking: